De diagnose
De diagnose ADHD wordt vaak voorafgegaan door een lastig traject, zeker bij
volwassenen. Het zou, zeker bij hulpverleners, inmiddels algemeen bekend moeten
zijn dat tenminste één op de honderd volwassenen in Nederland
ADHD heeft. Toch lijken veel artsen, psychologen en andere hulpverleners zich
te berusten op de oude misverstanden dat ADHD een kinderpsychiatrische afwijking
is en dat hyperactief gedrag tijdens een consult een eerste vereiste is. Ook
de diagnostische vragenlijsten zijn nog steeds gericht op kinderen, met vragen
zoals ‘rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast
is’. Hoewel deze instrumenten steeds meer aangepast worden aan volwassenen
zijn er nog steeds hulpverleners die volwassenen klakkeloos deze vragen laat
beantwoorden, met een onderdiagnose als gevolg.
Veel volwassenen met ADHD hebben zich daarnaast aan weten te passen door bepaalde
strategieën te ontwikkelen die de ADHD-symptomen onderdrukken (zie ‘De
symptomen van ADHD’) waardoor ADHD geen voor de hand liggende diagnose
lijkt.
Voor een juiste diagnose is het dus zaak om goed beslagen ten ijs te komen,
of een hulpverlener te zoeken die ervaring heeft met ADHD bij volwassenen. Bij
de links op deze site vindt u hierover meer informatie. Het is uiteraard ook
mogelijk om gewoon eens een afspraak te maken met de huisarts, waarbij het dan
wel belangrijk is u ervan te overtuigen dat deze daadwerkelijk ervaring heeft
met ADHD. De beste manier om daarachter te komen is zelf vooraf zoveel mogelijk
te weten te komen.
Omdat elk symptoom van ADHD óók (tijdelijk) kan voorkomen bij
iemand die geen ADHD heeft is het lastig om met honder procent zekerheid een
diagnose te stellen. Ook is het (nog) niet mogelijk om ADHD te constateren aan
de hand van een DNA-test, bloed- of hersenonderzoek. Het diagnostisch proces
is daarom zeer uitgebreid en dient voornamelijk om alle mogelijke andere aandoeningen
uit te sluiten en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast te kunnen
stellen of er sprake is van ADHD.
In de regel verloopt het diagnostisch traject als volgt:
Het meest gebruikte eerste instrument is een vragenlijst waarmee de mogelijke
aanwezigheid van ADHD wordt vastgesteld. Bij deze test wordt gekeken of ADHD
symptomen in de kindertijd al aanwezig waren en of deze nu nog steeds aanwezig
zijn. De uitslag van deze test is geen diagnose maar slechts een indicatie van
de aanwezigheid van ADHD en vormt voor de hulpverlener een houvast om verder
te onderzoeken. Soms wordt deze vragenlijst ook gebruikt bij een algemeen psychologisch
onderzoek of wanneer iemand voor hele andere klachten bij een hulpverlener terecht
komt. De officiele versie van deze test is gemaakt voor kinderen, maar er zijn
steeds meer op volwassenen aangepaste versies in omloop. De grote verschillen
hiertussen zijn enkele aanpassingen in de vragen naar hyperactiviteits-symptomen
en een andere score (kinderen moeten voor een indicatie 6 van de 9 mogelijke
symptomen vertonen, bij volwassenen is dit 4 of 5 symptomen).
Klik hier om deze vragenlijst in te vullen én uit te printen! 
Als uit deze vragenlijst blijkt dat er een kans is op ADHD zal meestal een
uitgebreider interview volgen, vaak bij een deskundige op het gebied van ADHD
of bij een psychiater. In dit onderzoek zullen middels een semi-gestructureerd
gesprek alle aspecten van ADHD aan de orde komen, zowel in de kindertijd als
nu. Ook wordt hier gekeken naar de aanwezigheid van ADHD en hieraan gerelateerde
aandoeningen in de familie. Mogelijk wordt ook nog een gesprek gevoerd met een
ouder, broer of zus, om zo meer informatie over de kindertijd te krijgen. Dit
gebeurt om te voorkomen dat een verkeerd beeld wordt gevormd doordat de onderzochte
zijn eigen symptomen onderschat.
Na dit onderzoek kan de diagnose ADHD officieel worden gesteld. Er zijn echter
geen vastgestelde regels om tot een diagnose te komen. Omdat ADHD zowel een
medische als een psychologische aandoening is kan de diagnose gesteld worden
door elke arts of gediplomeerde zorgverlener en niet iedereen neemt hierbij
dezelfde zorg in acht. Waar de ene zorgverlener elk vermoeden op basis van gebrekkige
kennis direct wegwimpelt zal een ander zonder al te veel vragen bereid zijn
de diagnose te stellen.
Voor veel volwassenen komt de diagnose ADHD als een grote opluchting. Een leven
van mislukkingen, onbegrip, een slechte carriere en/of een te laag opleidingsniveau
wordt opeens verklaard door de diagnose. Hoewel de diagnose zelf het leven niet
verandert komen veel mensen wel opeens tot de conclusie dat vaak zelfopgeplakte
labels als ‘lui’, ‘onwillig’ of ‘ongemotiveerd’
onterecht zijn. Dit kan het zelfvertrouwen en zelfbeeld flink verbeteren. Wel
is het belangrijk om tegelijk realistisch te blijven. Hoewel ADHD met wisselend
succes behandeld kan worden gaat het niet over en blijven bepaalde beperkingen
bestaan. De diagnose ADHD kan niet als excuus gaan gelden om dingen niet meer
te doen, maar wel als een goede aanleiding om dingen anders aan te gaan pakken.
Een lijst met behandelaars van ADHD bij volwassenen is te vinden via de links op deze site.
| | Hoe interessant vond je deze pagina? (1 is niet interessant, 5 is zeer interessant)
|
|